Verstillen

Ik nam een paar weken geleden deel aan een stilte-retraite van zes dagen. Het stemmetje in mijn hoofd dat zegt; ‘Ik moet…’ werd de weken voor de retraite-week steeds luider. Ik merkte dat ik me steeds vaker liet leiden door deze twee woorden en ik dus in overtuigings-, streefmodus, terecht was gekomen. Ik merkte het, maar kon er niets mee zonder de verstilling op te zoeken.

Zes dagen in stilte doorbrengen was wat ik deed. Het is niet niks, maar ik ervaarde het nu ook weer als ongelooflijk verdiepend en verhelderend. Deze keer vond ik het vooral interessant om te beseffen dat ik al mijn gewoontes en overtuigingen, zonder enige prikkel van buitenaf, zelfs tijdens het programma van de retraite langs zag komen. Of misschien juist wel.

Overduidelijk werden ze. Ik besefte me dat ze in het dagelijks leven worden overschaduwd door mijn bezigheden, interacties met anderen en informatie die ik de hele dag oppik. Terwijl ik juist dan door deze gewoonten en overtuigingen wordt geleid. Ze staan juist bij drukte aan het roer van mijn gedrag, communicatie en gedachten. Ik zie ze dan alleen niet helder, bewust.

‘En toen ervaarde ik de verstilling’

Tijdens de retraite-week dus wel. Het programma van de week was elke dag hetzelfde. We mediteerden, aten, mediteerden, aten, mediteerden. Van 6 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. De vorm van mediteren werd afgewisseld tussen zitten, lopen en mogelijkheid tot wandelen. De eerste dagen werd mijn gewoonte van ‘moeten’ zo versterkt dat ik zelfs het retraite programma als ‘iets moeten’ benaderde. ’s Ochtends ging ik al plannen wanneer ik precies waar buiten zou gaan lopen. Tot mijn leraar Frits Koster mij zei; “Laat jij het programma maar eens helemaal los. Ga er zijn, binnen de kaders van het programma en voel wat je op elk moment wilt doen.” Pas toen verstilde het stemmetje ‘Ik moet…’ in mijn hoofd.

En toen ervaarde ik de verstilling. Wat leidde naar een verdieping in mijn bewust zijn. Ik werd me opeens weer gewaar van mijn emoties. Van onzekerheid en angst. Maar ook van blijdschap en lichtheid. Beelden van mensen die mij dierbaar zijn kwamen uit het niets op tijdens mijn meditaties. Ik zag dingen tijdens mijn wandelingen die ik ervoor niet had gezien. Ik realiseerde me; dit is verdieping.

Laagje voor laagje wegpellend kwam ik dichterbij mijn ‘ik’. Of misschien beter gezegd, langzaam maar zeker begint mijn bewust-zijn-zaadje uit te groeien tot een boom. Want zoals A.H. Almaas zegt: ‘Het meest elementaire, het meest voor de hand liggende vereiste voor groei is de bereidheid om datgene los te laten waarvan je gelooft dat het moet gebeuren.´

Wat je zegt, ben je zelf

Taal. We gebruiken het de hele dag door. In gesprekken, in gedachten, in wat we lezen en de films die we zien. Zo gebruiken we ook taal om een beeld van onszelf uit te tekenen. Taal is prachtig. Ze zet beelden om in ideeën en die in gedragsvormen. Taal is ook machtig. Ze brengt mensen samen. Taal is ook beperkt. Want wat er gebeurt als je taal teveel macht geeft, is dat ze jou beperkt. Als ik zeg: ik ben coach, dan krijg ik daar een beeld bij. Ik vul de term ‘coach’ in met allerlei ideeën en verwachtingen over wat een coach is. Vervolgens probeer ik daaraan te voldoen. Wat natuurlijk gedoemd is te mislukken, want in mijn verbeelding houd ik geen rekening met de werkelijkheid.

We hebben onze verbeeldingskracht nodig, evenals het gebruik van metaforen om de wereld en onszelf te begrijpen. Ze kunnen ons echter ook in een bepaalde (denk)richting sturen en de ontwikkeling van andere mogelijkheden beperken. Metaforen benadrukken namelijk bepaalde aspecten en laten andere onderbelicht. Dat komt omdat ideeën geclusterd zijn binnen een taalregister.

Om een voorbeeld te geven: als je een ziekte ziet vanuit de metafoor van oorlog, dan gebruik je woorden uit het oorlogsregister zoals:  ‘vijandige’ cellen, ‘vechten’ tegen de ziekte, ‘aanvallen’, ‘uitroeien’. Je idee van ziekte wordt zodoende als iets negatiefs of slechts gezien dat bevochten moet worden. Daar kunnen weer gedachten uit voortkomen als: “Waarom overkomt mij dit?”, “Waaraan heb ik dit verdiend?”, “Deze ziekte gaat me niet klein krijgen…”. Deze woorden staan bol van spanning. En die spanning laat zich voelen in zowel de geest als het lichaam.

‘Als je zegt wat je bent, sluit je uit wat je ook had kunnen zijn’

 Als je ziekte ziet vanuit de metafoor ‘onbalans’, dan open je een ander taalregister met woorden die vriendelijker zijn. Dat bied de mogelijkheid om ziekte minder vanuit spanning te zien en meer vanuit samenwerking. Je accepteert eerder dat er ziekte is en kunt dan meer vanuit ontspanning kijken wat nodig is om het evenwicht te herstellen. Rust nemen, in plaats van vechten tegen ‘de vijand’. Goed voor jezelf zorgen, wandelen in de frisse lucht, in plaats van een pilletje nemen tegen de hoofdpijn, bijvoorbeeld. De vraag verschuift van: “Hoe ga ik deze ziekte uitroeien?” naar “Wat kan ik doen om in balans te komen en te blijven?”.

Je zelfbeeld bouw je ook op uit taal. Als je zegt “Ik ben sterk”, dan trek je een register open van woorden die jouw beeld van ‘sterk’ bevestigen: woorden als krachtig, standvastig, intelligent, stabiel, gespierd, groot, kleuren dat beeld verder in. En sluiten daarmee andere uit: ‘klein, zwak, meegaand, dom, instabiel, worden dan een no-go. Je identificeert je met ‘sterk’, dus mag je niet ‘zwak’ zijn en dat betekent automatisch dat je vecht tegen zwakte.

Als je zegt wat je bent, sluit je uit wat je ook had kunnen zijn. Leven is altijd in beweging. Beweging is nodig voor groei. Tegen die beweging ingaan en vasthouden aan een idee over jezelf, sluit mogelijkheden voor groei uit. Wees je bewust van je taalgebruik en blijf niet hangen in een vastgeroest idee over jezelf. Kijk naar de mogelijkheden en houd een open blik.

Hulp nodig?
Kies je locatie